Molentaal

Molens werden ook gebruikt om boodschappen door te geven. Vroeger had men nog geen telefoon of internet. De molenaar kon toch berichten doorgeven door de wieken van de molen op een bepaalde manier vast te maken. Er zijn verschillende soorten wiekstanden die hieronder verder worden uitgelegd. Ook vandaag de dag kent de molenaar deze wiekstanden en worden ze nog steeds gebruikt. Om de wiekstanden te bekijken moet je voor de molen staan, met je gezicht naar de wieken toe. Molenwieken draaien tegen de richting van de wijzers van de klok in.

 

 

1. Vreugdestand
Als er iets heel leuks is gebeurd, dan zet de molenaar de wieken van de molen in de vreugdestand. Dat kan als er iemand gaat trouwen of als er een baby geboren is. De onderste wiek is dan links voor het midden vastgemaakt.

 

 

2. Rouwstand
Als er iemand is overleden, zet de molenaar de wieken in de rouwstand. Iedereen weet dan dat er iets ergs is gebeurd. Als je voor de molen staat, dan is de onderste wiek rechts van het midden vastgemaakt.

 

 

3. Korte ruststand
Als de molen voor korte tijd stil staat dan heet dat korte rust. Mensen uit de omgeving weten dan dat de molen even niet werkt. De wieken staan bij deze wiekstand helemaal recht voor het lijf van de molen als een plus teken.

 

4. Lange ruststand
Als de molen stuk is en gerepareerd moet worden, dan kan deze een tijd niet werken. De molenaar zet de wieken van de molen dan in lange rust. Mensen uit de omgeving weten dan dat de molen voor langere tijd niet werkt. De wieken van de molen staan bij lange rust in een kruis.

Tegenwoordig wordt de lange ruststand niet zo vaak meer gebruikt. Om molens tegen blikseminslag te beschermen is er een bliksemafleider aangebracht. De kabel van de bliksemafleider wordt vastgemaakt aan de onderste wiek. Daardoor is de korte ruststand vaak ook de lange ruststand.